Wat is een longcarcinoom?

In het medische landschap zijn er veel termen voor verschillende soorten ziekten. Het longcarcinoom is daar bijvoorbeeld één van. Maar wat betekent longcarcinoom nu precies?

Longcarcinoom betekent longkanker

Carcinoom is een ander woord voor een kwaadaardige tumor. Deze ontstaat vanuit epitheelcellen. De naam van een carcinoom verwijst gewoonlijk naar de plaats waar deze cellen zich bevinden. Een kwaadaardige tumor in of rond de longen wordt daarom een longcarcinoom genoemd. In de volksmond noemt men dit longkanker.

Kleincellig en niet-kleincellig longcarcinoom

Longkanker, of longcarcinoom, is niet één ziekte. Er zijn verschillende vormen van longkanker. Per type is het verloop en daardoor ook de behandeling vaak anders. Er zijn twee hoofdsoorten longkanker. Dit zijn kleincellige longkanker en niet-kleincellige longkanker.

Niet-kleincellige longkanker is de meest voorkomende soort, namelijk bij 4 op de 5 longkankerpatiënten*. Het ontstaat in de grote cellen. Dit is de soort die langzaam groeit en minder vaak uitzaait.

Niet-kleincellig longcarcinoom wordt verder verdeeld in de volgende 3 subsoorten:

  • adenocarcinoom
  • grootcellig carcinoom
  • plaveiselcelcarcinoom

Daarentegen heeft 1 op de 5 longkankerpatiënten kleincellige longkanker. Dit ontstaat in de kleine cellen. Op het moment dat deze vorm ontdekt wordt zijn er meestal al uitzaaiingen.

Symptomen

Mogelijke klachten bij een longcarcinoom zijn:

  • Ophoesten van bloed
  • Constant hees zijn
  • Prikkelhoest die niet overgaat
  • Een fluitende ademhaling
  • Kortademig zijn
  • Een zeurende pijn op de borst

Ga bij dit soort klachten altijd voor de zekerheid naar uw huisarts.

Protonentherapie bij longkanker en andere tumoren in en bij de longen

Bestraling bij patiënten met longkanker leidt mogelijk tot problemen met het hart, de slokdarm of de longen. Het risico hierop is groter naarmate de stralingsdosis in deze organen toeneemt. Bij een aantal patiënten is de stralingsdosis in deze organen met fotonen al erg laag. Dan is er geen extra voordeel te verwachten van protonen.

Maar er zijn ook patiënten, waarbij de stralingsdosis in die organen met fotonen hoger is. Daardoor is er een verhoogd risico op schade aan deze organen. Als dat het geval is, dan kan uw behandelend radiotherapeut-oncoloog een zogenaamde planningsvergelijking aanvragen. Dan onderzoeken wij of bestraling met protonen dit risico kan verlagen.

Meer informatie over protonentherapie bij een longcarcinoom leest u hier.

* Bron: UMCG 

Zie ook

Protonentherapie bij Longkanker

Bestraling bij patiënten met longkanker, kan leiden tot problemen met het hart, de longen of de slokdarm. Ongeveer 25% van de patiënten die bestraald moeten worden voor een tumor in of bij de longen komt in aanmerking voor behandeling met protonentherapie.