Het maken van een bestralingsplan

Petra Klinker is planningslaborant in het UMCG Protonentherapiecentrum. Zij maakt samen met collega’s het bestralingsplan met protonen. Daar komt veel bij kijken, omdat het belangrijk is dat het protonenplan echt meer voordeel oplevert voor de patiënt. Alleen dan komt de patiënt in aanmerking voor protonentherapie. Deze behandeling wordt dan vergoed door de zorgverzekeraar.

“Voor mij is het dan ook elke keer weer een grote uitdaging om het beste bestralingsplan te maken voor de patiënt. Geen patiënt is gelijk én geen tumor is gelijk. Dus het is belangrijk om per patiënt goed te kijken welke bundelrichting(en) het beste passen. Om het bestralingsplan zo optimaal mogelijk te maken voor de patiënt. Daarbij is het doel de omliggende organen zo veel mogelijk te ontzien van dosis.”

Planningsvergelijking

Wanneer iemand in aanmerking wil komen voor protonentherapie moet er een planningsvergelijking gemaakt worden. Deze planningsvergelijking wordt uitgevoerd door de planningslaborant. Daarbij wordt een fotonen- en een protonen bestralingsplan wordt gemaakt. Het fotonenplan kan ook door een externe verwijzer worden aangeleverd. “Dan maken wij als planningslaboranten alleen het protonenplan.” Het verschil in dosis in bepaalde risico organen en de daarmee samenhangende kans op complicaties kan maken dat de patiënt in aanmerking komt voor een protonenbehandeling.

Voor het maken van een protonen bestralingsplan is een CT-scan nodig. Aan de hand van deze CT-scan kan de behandelend radiotherapeut aangeven waar de bestralingsdosis moet komen. De bestralingsdosis is de hoeveelheid straling waarmee de tumor bestraald/behandeld gaat worden.

Bestralingsdosis

In ons planningssysteem kan de radiotherapeut op de CT-scan precies het gebied tekenen waar de bestralingsdosis moet komen. De hoeveelheid bestralingsdosis die in de tumor moet komen verschilt per tumorsoort en per patiënt. Naast de bestralingsdosis in de tumor is de bestralingsdosis in de omliggende organen ook erg belangrijk. Dit is van belang, omdat bestralingsdosis in omliggende weefsels ook voor schade kan zorgen. Om te bekijken of én hoeveel bestralingsdosis er in de omliggende organen komt, worden deze ook op de CT-scan ingetekend. Bij het maken van het bestralingsplan, wat de rol is van de planningslaborant, komen verschillende aspecten aan bod. De bundelhoeken van het bestralingsplan worden door de planningslaborant zo gekozen dat de tumor optimaal bestraald kan worden. En zodat de omliggende organen zoveel mogelijk worden gespaard. Het protonenplan wordt in multidisciplinaire setting besproken met artsen en fysici. Protonen zijn namelijk veel gevoeliger voor dichtheidsverschillen. Dus mocht er bijvoorbeeld ijzerwerk in de buurt van de tumor aanwezig zijn, dan is het van belang om te weten wat voor materiaal dit is. De arts heeft hier meer informatie over. Daarnaast moet de planningslaborant dan van de fysici weten of dit ook van invloed is op het bestralingsplan.

Protonen versus fotonen

Het voordeel van een bestralingsbehandeling met protonen is dat de tumor heel gericht bestraald wordt. Daardoor worden de omliggende weefsels minder aangetast. In onderstaande afbeelding is te zien hoeveel verschil in dosis te behalen is door gebruik te maken van protonen in plaats van fotonen. De bovenste afbeelding geeft het fotonen bestralingsplan weer en de onderste afbeelding geeft het protonen bestralingsplan weer. In de afbeelding is de tumor weergeven met de gele pijl. Dit zijn alle helderrode structuren rondom het hart. Het hart heeft de donkerbruine kleur. De andere omliggende organen zijn de longen en de slokdarm (zie paarse pijl).

 

 

 

 

 

 

 

 

De bestralingsdosis wordt aangeduid in cGy (zie legenda). Voornamelijk is er een verschil te zien in het donkerblauwe gebied. Het donkerblauwe gebied is bij het protonen bestralingsplan kleiner in vergelijking met het donkerblauwe gebied van het fotonen bestralingsplan. Dit geldt ook voor de (licht)grijze gebieden. Dit betekent dat de bestralingsdosis in de omliggende organen minder is. Daardoor ondervinden deze minder schade van de bestralingsdosis.

“Ik hoop dat jullie zo een goede inkijk hebben gekregen in mijn werk als planningslaborant. Ik hoop dat steeds meer mensen bekend worden met protonentherapie. Het is belangrijk dat mensen de mogelijkheid hebben om een planningsvergelijking te doen als zij daarvoor in aanmerking komen. Zo kunnen we elke patiënt het beste behandelplan geven.”

planningslaborant petra klinker

Terug naar overzicht